Klik op de foto om terug te gaan...

Appeared on radio showArthur B. Allen (8 april 1881 - 25 augustus 1947)
 

Ogen: blauw
Huwelijk:
(1) Gertrude Elizabeth Watt
      (30 jun 1921 - 19 aug 1931) (haar dood)
Arthur B. Allen (1905)
 

Arthur B. Allen zag het levenslicht op 8 april 1881 in Gowanda, New York, VSA als enig kind van Millard N. Allen, een apotheker, en Eliza M. Bennett.

Hij bracht zijn jeugd ook door in Gowanda, New York. Reeds vroeg werd hij door de theater microbe gebeten. Hij was één van die kinderen die amateur circus organiseerde en toegang vroeg om binnen te komen.
In zijn jeugd, imiteerde hij vaak Hi Henry, "the minstrel man", Hi Henry was bovendien ook Arthur's aangetrouwde neef. De jonge man zette dus vaak zelf amateur "minstrel shows" in zijn vader's schuur op touw.

Ook in Oberlin College, Ohio bleef hij bezeten door het theater. Hij studeerde er ook aan het conservatorium en die muzikale inspanning bleef niet onbeloond, zo deed hij jaren de job van kerkorgelist. Hij was dan ook een vrij goed pianist/orgelist en gaf er ook les (Persia, Cattaraugus, New York). Hij speelde reeds alle soorten rollen in diverse dramatische opvoeringen toen, een plots een theatergezelschap de stad bezocht en hij er zich ook prompt. bij aansloot.

Zo werd hij in 1913 lid van het Jesse Bonstelle 'stock' gezelschap in de dagen toen die nog in het oude Star theater in Buffalo optraden. Hij werd beschouwd als één van de weinige acteurs die de kunst van de pantomime tot in de details beheerste. Zijn professionele acteercarrière begon dus in Buffalo, Detroit, Northampton en Toronto maar al vlug trok hij ook vele jaren (4-5) door het land met bekende theateracteurs als James Rennie, James Gleason, Lou Tellegen, Herbert Corthell en Charles Gilpin. Hij beweerde ook vaak in meer dan 500 opvoeringen de rol van butler te hebben gespeeld en niet minder dan een dozijn livreien te hebben versleten gedurende die tijd. Na zowat 10 000 keer "Yes my Lord" te hebben gezegd vond hij het tijd om verder te gaan. Van 'stock' ging hij dus in dienst bij rondtrekkende gezelschappen om dus uiteindelijk in Broadway producties aan de slag te gaan.

Reeds vanaf 1917 was hij op Broadway te zien. Toen Allen naar New York kwam speelde hij twee jaar in Emperor Jones (1920) met Charles Gilpin.
Als jonge man kwam hij te zien in Shakespeareaanse stukken, naast artisten als Walter Hampden en Forbes Robertson. 

Op 30 juni 1921 huwde hij Gertrude Elizabeth Watt en vestigde zich in Hempstead.

Arthur bleef werken op Broadway waar hij de oude Jacob speelde in The Field of Gold, de uitvinder van de originele paard en buggy in Winthrop Ames' White Wings (1926) en daarna ook een rol in Paul Green's Field God (1927). In december 1927 speelde hij ook in The Skinners met Frank Keenan, Catherine Willard, Josephine Hull, A. O. Huhan, en Roya Byron. Samen met die laatste twee acteurs begon Arthur de rol te spelen van Pop Skinner's drie boezemvrienden en drinkebroeders.

Eerder geamuseerd dan geërgerd kon hij zich zijn eerste stappen in zijn loopbaan herinneren waarbij hij vaak "te klein, te zwak" werd bevonden voor een rol in toneelstukken.

In augustus 1927 was het de radio die hem aanzocht. Gerald Stopp, regisseur, wordt verantwoordelijk geacht voor de "ontdekking' van Arthur Allen, als radio 'headliner'. Wanneer hij op zoek ging naar iemand om de rol van Jeff Peters te spelen in de eerste ReTold Tales serie (1927-1929), herinnerde Stopp zich een voorstelling waarin hij Arthur Allen aan het werk had gezien op het podium. Bij het daaropvolgende jobinterview kon de regisseur de acteur warm maken voor de rol in de radioreeks samen met Louis Mason (als Andy Tucker),  nog een theaterartiest. Ze speelden twee oplichters hard aan het werk om een nietsvermoedend publiek een rad voor het ogen te draaien.

The Wayside Inn (NBC, 1929), was een regionaal variété programma en een voorloper van de dagelijkse soap. Arthur speelde er naast de rol van Timothy Dexter soms ook die van Jack Spindle.

Opnieuw naast Louis Mason was hij als "Gus" te horen in "Gus and Louie" een onderdeel van de radioreeks
Schradertown Band in 1929.  Gus en Louie hielden een garage open. De muzikale achtergrond werd voorzien door de Arthur Pryor’s band, in de rol van een kleine stadsvereniging met Gus en Louie als twee van hun muzikanten.

Het was een vriend die hem uiteindelijk had geadviseerd radiorollen te overwegen. Maar radio leek hem aanvankelijk niet echt te bevallen en hij gaf maar schoorvoetend toe aan een rol voor de microfoon. Uiteindelijk werd hij één van de eerste acteurs die vanuit het legitieme theater zijn weg vond naar een succesvolle radiocarrire. Zelfs zijn moeder en tante Harmony dachten aanvankelijk dat hij beter zijn job in een meubelzaak in Buffalo, New York had behouden, tot hij, over het ganse land, bekendheid verwierf met één van de meest succesvolle vertolkingen van 'Down East' karakters.

"Er is een groot verschil tussen in groep op een theaterpodium te staan en in groep voor een radiomicrofoon, maar de zaken die ik in 'stock' opstak helpen me nog elke avond op de radio," zei Allen. Een levendige, energetische kleine man met snel bewegende handen, smal gezicht en milde blauwe ogen boven een gevoelige mond en lange kin, die paste precies bij de soort Yankee persoonlijkheid die zijn radiostem aangaf. Voor iemand die zijn brood verdiende met spreken, bewoog hij zijn lippen opvallend weinig. "Een lange toneelervaring leerde me om mijn stem vanuit het achterste van de keel te werpen,'' verklaarde Allen zich ooit. "Op antenne ontwikkel ik voor bijna elke figuur een verschillende stem. In het toneel heb je de actie, kledij en lichteffecten die helpen om verhaal en karakter over te brengen. Op radio val je terug op je eigen stem en woorden, en je weet pas na afloop welk hun echte uitwerking is geweest." Ondanks de moeilijkheden van het medium, zei Allen dat hij van radio hield omdat het een acteur voorziet van wat hij eigenlijk altijd wil—"een vol huis"— niet meer gluren door de gordijnen om te tellen hoeveel lege zetels er zijn.
De gewoonten van vele jaren op het toneel zijn te sterk voor Arthur Allen, die te zien was als betere karakeracteur, om zo maar over boord te gooien voor een microfoon. Hij leefde zich gewoonlijk sterk in in zijn rol, of veranderde zijn fysionomie zo tot hij leek op de figuur die hij geacht werd uit te beelden.

In de late 1920s vormde hij samen met Parker Fennelly een komisch duo wat uiteindelijk een enorm succes zou worden. Ze specialiseerden zich in New England typekes, en zouden samen beroemd worden omdat wellicht meer shows in het "hillbilly" genre te hebben gemaakt dan éénder wie er voor of er na. 

In 1927 creëerde een ex-Broadway toneelschrijver William Ford Manley een wekelijkse radioshow met losse verhalen genaamd Soconyland Sketches. (Socony was het acroniem voor Standard Oil Company of New York). De scripts in de serie probeerden in eerste instantie historische gebeurtenissen uit de streek, waarbinnen ze verkochten, uit te beelden. Soconyland Sketches (1 nov 1927- ) had aanvankelijk ook niet de intentie om te werken met terugkerende figuren, maar het gebeurde toch bvb. toen Parker Fennelly en Arthur Allen bij twee oude dorpelingen speelden, stereotypische droge New Englanders. 

Onder de  Soconyland sketches:

  • Arthur Allen speelde Maule in "The House of Seven Gables"

  • "Old Bet, the Birth of the American Circus," sketch met Arthur Allen en Parker Fennelly (7 mei 1934)

  • "The Ethics of Pig", sketch met Arthur Allen en Parker Fennelly. (18 sep. 1934)

  • "The Great White Teacher"  geschreven door Kapitein Peter Freuchen met Parker Fennelly en Arthur Allen (2 feb. 1935)

  • "The Story of Major Andre" (28 sep. 1931 & 5 okt. 1931) De verwikkelingen in de oorlog die tot een ramp leiden voor zowel Benedict Arnold als Maj. John Andre, de Britse officier die werd geëxecuteerd voor zijn aandeel in het plot. Arthur Allen speelde Josiah Smith een onschuldig Amerikaanse kolonist die bij Arnold en Andre was gedurende de laatste dagen vooraleer Arnold's verraad aan het licht kwam.

Arthur Allen speelde ook terugkerende figuren in de Soconyland Sketches, de meest populaire hiervan waren:

  • "Sebago Lake" was één van de meeste populaire episodes die dan ook meerdere malen werd heruitgezonden. Een humoristische uitzending waarin een geadresseerde New Yorkse zakenman gaat vissen in Maine. De show werd gestolen door één van Manley's repertorium acteurs, Arthur Allen, als de filosoferende visgids die de stadsmus enkele zaken leert over het echte leven.

  • Eén van de eerste rollen die Arthur speelde was die van David Harum, de wat vreemde bankier met een doos vol hypotheken en een hart van goud.
    "David Harum's Hoss Trade" (jul, 1928)
    "David Harum's Christmas Gift"  (20 nov. 1928).

  • Grandsir, of Wilbur Z. Knox, de mannelijke helft van het oudste koppel uit Snow Village. Tachtiger, levendig als een terrier en zo onvoorspelbaar als het weer in New England. De oudste inwoner kon zich niet meer herinneren wanneer hij en zijn echtgenote het ooit eens waren geweest over iets. Ondanks 50 jaar huiselijke stormen, vierden ze toch hun Gouden huwelijksjubileum.

  • Uncle Dan'l Dickey zou nooit toegeven dat iemand hem onder controle had, ondanks het feit dat het precies dat was dat zowel Hattie (zijn vrouw, gespeeld door Agnes Young) als Margie deden. Hij is opvliegend, vrijgevig en impulsief, het compleet omgekeerd van Hiram Neville (Parker Fennelly), waarmee hij reeds vijftig jaar overhoop ligt.
    ''The Coming of Margie” met Arthur Allen, Effie Lawrence Palmer, Parker Fennelly en Linda Watkins (25 maa. 1930)

Arthur B. Allen en Parker Fennelly met een publiciteitsfoto voor "Snow Village"Uncle Abe Stetson (Phil Lord) en David Simpson (Arthur Allen)

Dan kwam Phillips H. Lord, inwoner van Maine, op de proppen, hij had eerder Sunday Evening at Seth Parker's (NBC, 1929) gebracht met Lord zelf als de vriendelijke oude Seth Parker. Terwijl deze serie nog liep wilde Lord andere vormen van Yankee humor uittesten met het creëren van Uncle Abe and David voor sponsor Goodrich Tires (23 juni 1930 tot 9 mei 1931). De radioluisteraars schoven aan aan de toonbank van "Everybody's Equiperies", de algemene levensmiddelenwinkel in Skowhegan, Maine, terwijl Uncle Abe Stetson (Phil Lord) en David Simpson (Arthur Allen), eigenaars, hun plannen ontvouwden voor een vakantie in New York die ze al dertig jaar voor zich uit schoven. Halverwege het radioseizoen op NBC verkochten ze hun winkel en verhuisden naar New York City. Enkele bronnen geven aan dat Phil Lord reeds na enkele weken door Parker Fennelly werd vervangen. Alle magazines uit 1930 en 1931 geven Lord als hoofdacteur aan. (Zie foto hierboven rechts)

Enkele weken nadat Uncle Abe and David van antenne ging was het vermaarde Lord/Allen/Fennelly trio wel verantwoordelijk voor een nieuwe gelijkaardige reeks, The Stebbins Boys  (22 jun. 1931 tot 21 okt. 1932). In het kleine stadje Bucksport Point, Maine, houden twee oudere broers - Allen als John Stebbins en Fennelly als Esley Stebbins- een kruidenierswinkel open. De serie was een groot succes maar zonder verklaring werd de serie geschrapt door hun sponser het vleesverwerkend bedrijf Swift & Co.  (zie fotos hieronder)

Parker Fennelly en Arthur Allen als "The Stebbins Boys" in de radiostudio. Parker Fennelly en Arthur Allen die hun rol uitbeelden als "The Stebbins Boys" John en Esley eigenaars van een kruidenierszaak

Arthur's vrouw, Gertrude Watt Allen overleed plots in het Nassau Hospital, Hempstead op 19 augustus 1931 na een operatie voor een gesprongen appendix. Ze werd begraven in Gowanda, N.Y. .

In 1932 maakt een hoedenproducent met een foto van Allen publiciteit hoe een een jonge man een hoed kon dragen, in die foto leek hij ook ongeveer 30.
Als hobby verzamelde hij antiek die hij in zijn thuis in Hempstead, Long Island een onderkomen gaf. Hij had ook een appartement in New York ongeveer 30 verdiepingen boven het straatlawaai. Hij hield van Cuba en California en had een afkeer van koud weer. Garbo was zijn favoriete filmactrice en hij ging ver om een film van Charlie Chaplin te gaan bekijken.
Hij had nooit zelf een auto bezeten tot hij met Rudy Vallee's Pierce Arrow reed en er prompt ook een kocht.

The Western Clock Company contracteerde het populaire duo Arthur Allen en Parker Fennelly voor een radioreeks die startte op zondag 16 september 1934.  De wekelijks 15 minuten lange uitzending was bedoeld als vervanging voor The Dream Dramas (NBC, 1934-1935?) die in de jaren voordien ook door deze sponsor werd gebracht. Uiteindelijk deed men gewoon verder onder dezelfde naam en sponsor.

Soconyland verhuisde naar CBS op 16 oktober 1934 en kreeg meteen een nieuw titel mee: Snow Village Sketches. Het zou nog lopen op CBS tot 21 mei 1935.

The Simpson Boys of Sprucehead Bay (Blue, 1935-1936) Arthur Allen en Parker Fennelly, deden nauwelijks aanpassingen aan de ondertussen beproefde formule voor de Simpson Boys, en traden ook hier aan als winkelhouders op het platteland. (Zie foto's hieronder)

The Simpson Boys of Sprucehead Bay (Blue, 1935-1936) Arthur Allen en Parker Fennelly, deden nauwelijks aanpassingen aan de ondertussen beproefde formule voor de Simpson Boys, en traden ook hier aan als winkelhouders op het platteland. The Simpson Boys of Sprucehead Bay (Blue, 1935-1936) Arthur Allen en Parker Fennelly, hoe ze er echt uit zien.

In 1936 was Arthur opnieuw op een Broadway podium te zien als winkelier in The County Chairman, en het daaropvolgende jaar als Fortune Friendly in The Farmer Takes a Wife.

Op het grote scherm maakt hij maar weinig zijn opwachting, zo was hij te zien in Ebb Tide (1937) die geregisseerd werd door James P. Hogan "berucht" voor zijn regie van de Ellery Queen filmserie.

Fennelly en Allen probeerden in 1938 een Snow Village revival op gang te krijgen terwijl Arthur op Broadway Arthur, in misschien wel zijn beste rol te zien was in Our Town (1938).  

Parker en Fennelly speelden wel in Four Corners U.S.A. (1938-1939) als respectievelijk Eben en Jonah Crowell.

The Radio Guild was al een tiental jaar te horen toen Merritt P. Allen in 1939 begon met het schrijven van komische script rond die geniale oude 'Vermonters', Noah (Parker Fennelly) en Mary Perkins (Effie Palmer) zijn vrouw en Toby Waller (Arthur Allen), hun knorrende vriend.

  • "Back Number Up" (NBC, 7 mei 1939)  Parker Fennelly, Effie Parker, Arthur Allen, John Milton, Ian MacAllaster, Douglas McMullen, Harold Gould en Roy Fant

  • "Fish Widowers" (NBC, 21 mei 1939),  vertelt de lotgevallen waarin Noah en Toby zich terugvinden als Mary besluit om hen een lesje te leren een onverwachte vakantie neemt. Ze hoopt dat ze zo leren hoe belangrijk het is een vrouw in huis te hebben die weet het voedsel klaar te maken waar mannen op verlekkerd zijn. 

  • "Ghostly Business," (NBC, 2 juli 1939) alweer één uit de reeks van verhalen uit landelijk New England,  Parker Fennelly en Arthur Allen in de hoofdrol. 

  • "Turkey Soup," (NBC, 22 nov 1939) Parker Fennelly en Gowancia's Arthur Allen acteren in een New England sketch die de Ed Cullen's WBEN Players zo goed kunnen brengen. 

In  radio's Your Family and Mine (1938-1940) werd de rol van Lem Stacey geportreteerd door Parker Fennelly telkens wanneer dit in het script is voorzien. Een korte tijd daarvoor werd Lem nog door Arthur Allen gespeeld (1939).

Arthur Allen (Doc Prouty) poetst zijn brilglazen op om Marion Shockley (Nikki Porter) beter te zien...(Van L naar R) Arthur Allen, Marion Shockley en Santos Ortega in "The Adventures of Ellery Queen" (1940)

Toen men in het eerste radioseizoen van The Adventures of Ellery Queen overschakelde van uurlange naar halfuur lange uitzendingen, nam Allen kort de rol van Doc Prouty over van Robert A. Strauss. Arthur begon op 25 feb. 1940 en stopte met de uitzending van 21 april 1940. Doc Prouty zou nooit meer in radio episodes te horen zijn. (zie foto's hierboven)

In 1940 was Arthur Allen opnieuw in twee films te zien beide geregiseerd door Sam Wood: de Western Rangers of Fortune waarin hij Mr. Prout, een geteigerde nieuwsbladuitgever die zich tegoed doet aan detectivewerk (zie foto hieronder links), en wellicht zijn beste film rol, een reprise van zijn Broadway vertolking van Professor Willard in Our Town (zie foto hieronder rechts).

Sam Wood's "Rangers of Fortune" (1940) met Betty Brewer en Arthur AllenFrank Craven en Arthur B. Allen in "Our Town" (1940)

Arthur was ook wekelijks te horen in Mother O' Mine (1940-1941) een soap met Agnes Young (Mother Morrison), Donald Cook (John) en Jackie Kelk (Pete).

Voor de reeks Gibbs and Finney, General Delivery (NBC Blue, 26 jul - 18 okt 1942) schreef Raymond Knight een warm dramatische reeks waarin Fennelly en Allen hun vertrouwde rol als eigenaars van de kruidenierszaak opnamen, Gideon Gibbs en Asa Finney. Actrice Patsy Campbell was ook te zien in deze reeks op zondagavond.

In 1944 speelde hij ook in een Broadway reprise van het stuk Our Town in datzelfde jaar kreeg Arthur zijn eerste hartaanval.

Het duo bleef werken onder de vlag Soconyland Sketches (Snow Village) voor diverse firma's tot 1946. Het duo maakte van hun vertolkingen een carrière en verschenen ondertussen in zeer gelijkende incarnaties geïnspireerd op de Socony show. The Stebbins Boys (of Bucksport Point) (1931-1932), Day Dramas (1934-1935), The Simpson Boys of Sprucehead Bay (Blue, 1935-1936) , Four Corners U.S.A. (CBS 1938-1939) and Gibbs and Finney General Delivery (1942). ... Het was een rol die zeker voor Fennelly steeds maar opnieuw en opnieuw zou worden gespeeld. Zo werd hij later zeer beroemd op Fred Allen's radio program Allen's Alley midden de jaren 40, gestalte gevend aan Titus Moody, nog maar eens een incarnatie van het bekende New England typeke.

Arthur B. Allen overleed, na een week ziekte, op 25 augustus 1947 in het Doctors Hospital, New York City. Hij kreeg opnieuw een hartaanval op 18 augustus net voor hij zou optreden in Lorenzo Jones' radioprogramma en werd overgebracht naar het ziekenhuis.

Hij werd begraven in Gowanda, N.Y. , waar hij 66 jaren voordien werd geboren.

Josephine Hardwicke typeerde Allen
(31 mei 1934) als volgt: "Ik ken geen bekend persoon die eenvoudiger en vriendelijker is dan deze acteur." en  "Ik denk dat zijn zin voor humor zijn meest aantrekkelijke karakteristiek is. Na slechts enkele minuten gesprek zal hij meer dan waarschijnlijk opspringen en een figuur uitbeelden om een deel van de discussie te illustreren."
Klik als je denkt ons te kunnen helpen...!

Referenties
(1) IMDb
(2) IBDB
(3) OTRPedia

(4) Radio Guild logs at Jerry Haendiges Vintage Radio Logs
(5) Wikipedia Snow Village Sketches
(6) RadioGOLDindex

Bijkomende video & audio bronnen
(1)
Our Town Youtube clip uit de film (1940)
(2) Our Town volledige film
(3)
Columbia Workshop 42-02-15 (013) "Opus for a Lute and a Liar"
     at OldTimeRadio Downloads

(4)
Recollections at 30 The 30th anniversary of the NBC in the mid 1950s. Celebrating
     many "old time radio" broadcasts was created. On Aug 1. 1956 in "Crash of the
     Hindenburg" we heard Parker Fennelly and Arthur Allen on Snow Village Sketches.
     (starts around 14:37) at OldTimeRadio Downloads

 

Dit profiel van de acteur hierboven maakt deel uit van website Ellery Queen a website on deduction. Deze acteur speelde de rol van Doc Prouty in de eerste radioserie.

Pagina aangemaakt 8 okt 2017  
Laatste update 8 okt 2017
  

t e r u g   n a a r    L i j s t   v a n   V e r d a c h t e n


 
Inleiding | Plattegrond | Q.B.I. | Liist Verdachten | Wie?  | Q.E.D. | Moord en scene | Nieuw | Auteursrecht
Copyright © MCMXCIX-MMXVII   Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden.