NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

ELLERY QUEEN MYSTERY MAGAZINE (2)

De schrijver en goochelaar Clayton Rawson was "managing
 
editor" van EQMM. Hij droeg echter nooit de titel van hoofdredacteur, maar zag wel toe op de dagelijkse bezigheden van het magazine van 1963 tot zijn dood in 1971.
Voor Clayton Rawson, was Mildred Falk "managing editor", tussen maart 1943 en mei 1948; Robert Mills verving haar bij het juni 1948 nummer voor een korte periode, net als ook Paul W. Fairman deed.

Clayton Rawson als The Great Merlin

Daarvoor was Rawson "associate editor" geweest bij True Detective Magazine, redacteur bij Master Detective Magazine, redacteur voor de detective boeken bij de uitgeverij Ziff-Davis, directeur bij de Unicorn Mystery Book Club, alsook redacteur van Inner Sanctum Mysteries bij Simon and Schuster. Tussen december 1946 en oktober 1958 verschenen tien van zijn twaalf gepubliceerde kortverhalen in het Queen magazine, bij zes daarvan overwelmden lezers de kantoren van EQMM zodat het ook logisch was dat meer prijzen werden uitgereikt dan aanvankelijk voorzien. (The Great Merlini: The Complete Stories of the Magician Detective, 2012)

In de late jaren dertig, vroege jaren veertig schreef hij vier detective verhalen met de wereld van toneelmagie als focus en met The Great Merlini in de hoofdrol. Twee van die boeken vormden de basis voor een film, en in één daarvan zagen we ook Rawson's beroemde goochelaar detective in de hoofdrol (zie Miracles for Sale, 1939).

Een man met vele talenten, hij was zelf ook goochelaar op professioneel niveau maar daarnaast ook een begenadigd illustrator, en in Chicago slaagde hij dan ook hiermee, een aantal jaren, zijn kost te verdienen. Die opgedane kennis uit eerdere bezigheden bracht hij mee naar EQMM, waar hij en uitgever Fred Dannay ooit een volledige uitgave van het magazine ontwierpen om te helpen bij een goocheltruc van een medegoochelaar.
De uitgaven van EQMM die werden gepubliceerd gedurende zijn tijd bij het magazine getuigen van zijn kwaliteiten als uitgever; net als het feit dat hij The Third Degree, de nieuwsbrief van The Mystery Writer’s of America’s lanceerde (welke nog steeds wordt uitgegeven).

Zijn jongste zoon Clayton Rawson Jr. die één-uur lange specials voor het Fox News kanaal produceert getuigt: "Het was enorm leuk om op te groeien als zoon van een detectiveschrijver en goochelaar. Vele jaren lang hielden mijn ouders in de maand augustus een grote picknick in ons huis in Mamaroneck. Onder de gasten bevonden zich vele schrijvers lid van the Mystery Writers of America, waarvan mijn vader de stichter was, alsook een groep van goochelaars die lid waren van weer een andere organisatie die hij boven de doopvond hield: The Witchdoctor’s Club. Zowel Fred Dannay als Manny Lee waren meestal te gast, net als Bob Fish, John Dickson Carr (hij en zijn echtgenote Clarice waren ook mijn peetouders), en zowat een dozijn of meer andere MWA leden en evenveel goochelaars.

Hoogtepunt van de gehele picknick was een avondvoorstelling met Clayton Rawson als The Great Merlini,  zijn dochters waren de "zwevende dames” en zijn zonen waren in de weer achter de gordijnen.goocheltrucs uitgevoerd door leden van The Witchdoctor’s Club  en The Great Merlini zelf. Dit alles vond plaats op een podium die mijn vader had gebouwd in onze achtertuin. Het was voorzien van valdeuren, spots en gordijnen die mijn moeder zelf had gemaakt. Tijdens één van de laatste opvoeringen werd ook een levitatie opgevoerd, te zien op de foto. Mijn zussen waren de "zwevende dames” en zowel mijn broer als ikzelf waren in de weer achter de gordijnen." (1)

Eleanor Regis Sullivan kwam uit  Cambridge, Mass. Ze studeerde in 1946 af aan de Cambridge High and Latin School, en later ook aan het Salem State College in 1950. Alvorens zich op het uitgeven te storten gaf Eleanor 10 jaar lang les in de lagere school in Cambridge, in Clinton, Conn., alsook White Plains, N.Y. 

In 1960, zette Sullivan dan haar eerste stappen in de uitgeverij wereld als redactieassistente bij Pocket Books in New York City. Later werd ze redacteur bij de uitgeverij Charles Scribner's Sons waar ze werkte van 1962 tot 1970, het jaar waarin ze door Frederic Dannay, persoonlijk, werd gekozen om zijn top assistent en eventuele opvolger te worden. 

Na het lezen van de jobadvertentie in The Sunday New York Times in mei 1970 stuurde ze haar c.v. in, hierop werd ze uitgenodigd voor een interview met Joel Davis in het kantoor aan Park Avenue South.

De daaropvolgende week werd ze verzicht naar Larchmont, N.Y. te gaan voor een gesprek in Fred Dannay's huis. Dit gesprek, in de woonkamer van een, klein, comfortabel huis, duurde enkele uren. Gezeten in een zetel tegenover haar, stelde zijn rustige directe aanpak haar gerust. Hij beschreef het soort verhalen waar hij naar zocht en gaf aan dat hij aarzelde om éénder welk onderwerp taboe te noemen het waren immers vaak de uitzonderingen die de regel bevestigen.
Zij suggereerde hem later nog vaak dat hij haar de job gaf omwille van haar antwoorde op zijn vraag die dag -- "How good are you at taking instructions?" - door te antwoorden met "Ik ging naar de parochieschool."

Uiteindelijk was het Clayton Rawson die gedurende twee weken in 1970 Eleanor Sullivan zou opleiden om zijn taak als waarnemend uitgever van  EQMM over te nemen. Ze vond hem een wat excentrieke man met een peperkoeken hart. Ondanks zijn tanende gezondheid toen, verscheen hij dagelijks op hun gemeenschappelijk kantoor om haar aan iedereen voor te stellen die ze moest kennen zowel binnen als buiten het kantoor.Eleanor Regis Sullivan

Gedurende haar ambtsperiode, produceerde de redactionele staf ook Alfred Hitchcock's Mystery Magazine. Sullivan was AHMM's hoofdredacteur van 1975 tot 1981.

Na Fred Dannay's overlijden in 1982, promoveerde Eleanor Sullivan van waarnemend redacteur tot hoofdredacteur van het magazine. 

Sullivan was ook de schrijver van zowel fictie als non-fictie die in een wijd gamma van boeken, magazines en kranten verschenen en ook in verschillende talen werden vertaald. Haar fictie verscheen onder pennamen als Lika Ness (EQMM), Julia DeHahn (AHMM). In 1990, werd één van Sullivan's kortverhalen geschreven onder de naam Ruth Graviros "Ted Bundy’s Father" genomineerd voor een "Edgar."

Op het feestje, in 1991, ter ere van het 50 jarig bestaan van EQMM drukten  Eleanor en Janet Hutchings elkaar de hand terwijl ze kort aan lkaar werden voorgesteld. Een echt gesprek voerden ze pas enkele maanden later, via de telefoon, toen de vacature van hoofdredacteur werd uitgeschreven. 

Op 62 jarige leeftijd, overleed Eleanor, zowat een maand nadat Janet haar taak bij EQMM had overgenomen.

Janet Hutchings is afkomstig van het Midwesten, en trots op haar afkomst uit "het overvliegland", voelde haar verhuis naar New York om er te werken bijna aan zoals een reis naar het buitenland.

Ze begon haar uitgeverscarrière bij Doubleday Book Clubs, waar haar bestaand levenslange plezier in detectives alleen maar werd versterkt door het lezen voor de "Mystery Guild", een organisatie aan wie ieder detective of misdaadverhaal dat zou gepubliceerd worden in de V.S. werd voorgelegd voor mogelijke opname in de gilde.

Na een kort intermezzo bij een andere boekenclub die ook detectives uitgaf, werd ze redacteur van detective verhalen bij Walker & Company, waar ze leiding kreeg over het uitgeven van een reeks bloemlezingen met verhalen uit ... EQMM.

Het was gedurende die tijd dat Janet het telefoontje kreeg van de toenmalige hoofdredacteur Eleanor Sullivan, ziek en mee op zoek naar een opvolgster. Janet's hoodredacteurschap van EQMM begon in de zomer van 1991. Uiteindelijk was het op de Bouchercon.22 waar ze, als panel lid en nieuwe hoofdredacteur van EQMM aan de wereld werd voorgesteld. Het panel was er ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het magazine maar Edward D. Hoch bracht een eerbetoon aan Sullivan.

In een interview uit 2016 vertelde Janet dit over haar werk voor EQMM: "Mijn doel was steeds om EQMM’s paraplu zo breed mogelijk te houden zodat het ook het volledige genre kon omvatten. Dit is gedeeltelijk ingegeven op basis van mijn eigen voorkeur; ik hou immers zowel van de klassieke mysteries, het hardere genre, noir, thrillers, historische romans,... noem maar op.  Ondanks wat ik mensen, doorheen de jaren heb horen zeggen, is EQMM steeds blijven gaan voor het breedst mogelijke spectrum. We wilden onze lezers steeds een grote variëteit aanbieden. In een artikel dat in één van onze special issues zal verschijnen staat een quote uit een brief van Manfred B. Lee aan Frederic Dannay uit 1950. Waarin hij zegt: “Niets is zo dodelijk voor een magazine als gelijkheid. Daarom kan ik mezelf er ook niet toe brengen om de meeste magazines te lezen; de bijna identieke kijk op zaken is te monotoon. Ik geloof ook dat de meeste weldenkende personen hier net zo over denken, en ik ben er zelf van overtuigd dat wie dat wie EQMM regelmatig leest ook intelligente personen zijn…door in elke nummer, waar mogelijk, plaats te bieden aan elke stroming in het genre, voorzie je de breedst mogelijke smaken – en trek je hierbij het breedst mogelijke publiek aan.” Ik zag dit citaat uit Manny’s brief voor het eerste enkele weken geleden en ik was er bijzonder opgetogen mee, omdat het bevestigde dat ik met het volgen van mijn eigen instinct, toch in die zin, in Fred's voetstappen liep." (Interview door Art Taylor)

Janet Hutchings is winnaar van "the Mystery Writers of America’s Ellery Queen Award" alsook van "the Malice Domestic Convention’s Poirot Award", en in 2003 werd zij op the Bouchercon World Mystery Convention geëerd voor haar bijdrages in het genre. Onder haar redacteurschap werd EQMM geroemd als het "Best Magazine/Review Publication" op Bouchercon 27 en in 2017 zal dit opnieuw gebeuren op Bouchercon 48 dit keer voor "Distinguished Contribution to the Genre".

Ze is ook de redacteur van menig bloemlezingen met verhalen uit EQMM, en een kortverhaal van haar hand zal binnenkort verschijnen in een, te verschijnen, Bouchercon bloemlezing.

In 2011 werd Janet ook opgenomen als lid van de 'West 87th Street Irregulars"... 

EQMM wordt nog steeds uitgegeven en het magazine bewijst hiermee in staat te zijn zich voortdurend aan te passen aan een steeds wijzigende markt.
Begin dit jaar kondigde Janet Hutchings dan ook het volgende aan:  "We beginnen aan 2017 met een nieuw format — zes dubbeldikke uitgaven per jaar — een wijziging die zowel kansen voor innovatie biedt als uitdagingen of het karakter van het, zo lang, door zijn lezers geroemde magazine te behouden ..."

Wanneer we het over de uitgevers hebben is er wat meer uitleg
vereist.
Lawrence E. Spivak eigenaar van Mercury Publications (aka Mercury Press) gaf het magazine uit tot 1954.  Spivak verkocht er zijn aandeel in 1954. Joseph W. Ferman gaf het magazine bij Mercury Publications uit voor een periode van iets meer dan een jaar (1954-55).

Davis Publications (B.G. Davis) nam het daarna over tot ongeveer 1959. Maar ook daarna bleven de uitgeverijen wisselen. Davis Publications bleef dan wel eigenaar tot 1991. Ofwel eind 1991 of begin 1992 veranderde men van uitgever. Een proces dat sowieso pas enkele maanden nadien zijn weerslag vind in de 'credentials' van het magazine zelf.

EQMM
werd dus opgekocht door Dell Magazines samen met alle andere Davis Publications’ fictie magazines. Toen Dell Magazines de Davis fictie magazines kocht waren ze zelf onderdeel van Bantam, Doubleday, Dell Publishing, op hun beurt deel van het Duitse Bertelsmann.

In 1996 verkocht Bertelsmann Dell Magazines aan Penny Publications (de huidige eigenaar)— ook nog gekend onder de naam “Crosstown Publications”.

Zoals Janet Hutchings zelf aangeeft :"Ik ben vrij zeker dat dit alles zeer verwarrend moet overkomen maar kort samengevat komt het hierop neer: EQMM had maar vier eigenaars: Mercury Press, Davis Publications, Bertelsmann, en Penny Publications. (De naam Dell Magazines blijft wel doorklinken bij beide van de twee meest recente eigenaars ... .)"

 

Het magazine, zijn uitgever en natuurlijk ook zijn samensteller
wonnen vele prijzen. Op dit ogenblik (juli 2017) zijn dit niet minder dan 112 awards, waaronder 29 Edgars! EQMM blijft zelfs nu nog aan de top van zijn marktaandeel. Niet slecht voor een "experiment". Vele auteurs hebben zijn pagina's gesierd waaronderAgatha Christie, Cornell Woolrich, Edward D. Hoch, en natuurlijk ook Ellery Queen. EQMM werd meer vertaald dan enig ander gelijkaardig magazine -- en bijna meer dan enig ander Amerikaans magazine. En alhoewel Dannay's verzamelen van literaire giganten een wel heel hoge standaard zetten voor nieuwe schrijvers werden deze blijvend aangezocht om verhalen aan te bieden. Resultaat hiervan is een echte erelijst met voormalig medewerkers, waarvan vele - zoals Nancy Pickard, Harry Kemelman en Jack Finney - hun start via de pagina's van EQMM konden beleven. Meer dan 700 aspirantschrijvers vonden zo gehoor.

EQMM: Your Subscription is coming to an End

wordt vervolgd...

Visit Ellery Queen Mystery Magazine's website...

NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15


 
Inleiding | Plattegrond | Q.B.I. | Liist Verdachten | Wie?  | Q.E.D. | Moord en scene | Nieuw | Auteursrecht
Copyright © MCMXCIX-MMXI   Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden.