NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

PASTICHES (3)

Volgend op een discussie in een lezersforum in maart 2002 over  'And on the Eighth Day' probeerde Dale C. Andrews het schrijven van een 'nieuw' soort pastiche uit. Het voorzag een bestaand verhaal van een epiloog. Dale was zo vriendelijk het verhaal hier aan te bieden. Het is, vanzelfsprekend, voorzien van een 'spoiler warning' dus als je de ontknoping niet wil zien kijk dan vooral elders!  
Onze correspondentie gaf uiteindelijk aanleiding tot het schrijven van de pastiche "The Book Case" by Dale Andrews en Kurt Sercu
(EQMM, mei 2007) . In het verhaal  komt een hoogbejaarde Ellery Queen Harry Burke te hulp bij het vinden van de dader. Ellery's hulp werd ingeroepen omdat het slachtoffer werd gevonden midden in een collectie van Ellery Queen boeken....

Maxwell E. Siegel's "Once Upon a Crime" werd neergepend in 1951 maar pas veel later, in 2007 gepubliceerd worden (Old-time Detection Issue Nr.16 ) het omvat zowat alle Ellery Queen figuren (waaronder JJMcC) en in het verhaal besluit Ellery om, naast zijn eigen naam, drie 'niet bestaande namen' op de glazen deur van zijn bureel in 545 Fifth Avenue te plaatsen: "Frederic Dannay, Manfred B. Lee and Barnaby Ross". Nikki viel terug op haar eerste naam Sheila Brent en Mevr. Ellery Queen blijkt uiteindelijk Paula Paris te zijn geworden! Lee schreef in zijn antwoord aan Mr.Siegel dat ondanks de pluspunten van het verhaal: "... dit het soort verhalen zijn die we gewoonweg niet kunnen overwegen. Een uitgever die zichzelf begint te verheerlijken in zijn eigen publicatie is ondenkbaar, om niet te zeggen een slechte manier van handelen."

The Mad Hatter's Riddle van de hand van Dale C. Andrews Met een tekening door Laurie Harden (gebruikt met toestemming EQMM)

In het september/oktober nummer van 2009 publiceerde EQMM een prequel voor "The Book Case" met de titel  "The Mad Hatter's Riddle". Dit verhaal speelt zich af in 1975 waar Ellery wordt gevraagd om in Hollywood advies uit te brengen bij het filmen van de NBC Ellery Queen series. Specifiek voor de aflevering "The Mad Tea Party", zoals de echte fans zich zullen herinneren de enige in de reeks die op een authentiek Ellery Queen verhaal is gebaseerd. En jawel, hoor... jammer genoeg (geen verrassing daar) slaat het noodlot ook op de set toe...

"And you, El, are also looking fit. Still writing those convoluted whodunits?
No. I gave up writing detective stories about four years ago. I still edit the magazine. I guess it's my vineyard.
"

Ellery Queen's Mystery Magazine plaatste een smaakmaker op hun pagina...

Leverage is een Amerikaanse televisie drama van TNT die voor het eerst op het scherm kwam in december 2008. Leverage vertelt de belevenissen van een vijf man sterk team van professionele dieven, computer experten en bedriegers, met aan het hoofd voormalig verzekeringsonderzoeker, Nathan Ford. Binnen bedrijven of overheden wenden ze hun talenten aan om de gewone burger van onrecht te Het was het ook vanzelfsprekend dat Timothy Hutton hier in zijn vaders EQ kostuum optrad (of toch bijna) als "Ellery Queen: World's Greatest Detective' .behoeden. "Nate" wordt gespeeld door Timothy Hutton, voor ons natuurlijk voor altijd de zoon van de overleden Jim Hutton. Leverage liep vijf seizoenen en op 7 juli 2011 bracht de 2de aflevering "The 10 Li'l Grifters Job"  een  Murder Mystery Masquerade de gelegenheid om een eerbetoon te brengen aan EQ of de figuur die Jim gestalte gaf in de 70s. Timothy werd hier en in andere fora al meerdere malen aangehaald als 'perfecte' hoofdrol voor een nieuwe Ellery Queen serie... dus was het ook vanzelfsprekend dat hij hier in zijn vaders EQ kostuum optrad (of toch bijna) als "Ellery Queen: World's Greatest Detective' . Jammer genoeg wordt er buiten de verschijning van Timothy Hutton verkleed als EQ geen andere verwijzing gemaakt naar het werk van Dannay/Lee.


David Marcum had een JJMcC ervaring wanneer hij de intro schreef voor zijn "The Papers of Sherlock Holmes" (2011) Daarin beschrijft hij hoe hij op zijn tante's zolder Watson's notitieboek vond met daarin originele niet gepubliceerde Sherlock Holmes zaken! David zei ons dat hij de verhalen schreef met traditionele Watson stem. Ellery wordt kort aangehaald op het eind van het boek in één van die niet eerder vertelde verhalen waar Watson naartoe verwijst zonder ze uit te schrijven. In dit geval, een referentie naar een onderzoek waarin Ellery en de inspecteur, samen verschillende anderen van de Grote Detectives, Holmes en Watson bijstaan gedurende hun verblijf in New York.

In december 2013 mochten we opnieuw een Dale C. Andrews pastiche in EQMM verwelkomen: "Literally Dead". Ze omvat onder andere een terugkeer naar dat New England stadje waar de 'square' rond is...  We vinden er Ellery terug die de mysterieuze dood van een bekend auteur onderzoekt. Wrightsville, een gesloten kamer mysterie en een 'dying message'! Wat kan een mens nog meer verlangen?

Ellery Queen is waarschijnlijk één van weinige auteurs die zelf
een hoofdrol kreeg in een detective pastiche. James Holding, die ook verantwoordelijk was voor de jeugdserie rond Queen schreef ook een serie pastiches, op zichzelf waardige mysteries te noemen. Het betrof een serie waarin King Danforth en Martin Leroy bedenkers van de detective "Leroy King" misdaden ophelderen gedurende hun trip rond de wereld. De titels van deze verhalen verwijzen naar de eerste Queen-werken:. 

  The Norwegian Apple Mystery, november, 1960
  The African Fish Mystery
april 1961
  The Italian Tile Mystery,
september, 1961
  The Hong Kong Jewel Mystery,
november, 1963.
  The Zanzibar Shirt Mystery,
december, 1963.
  The Tahitian Powder Box Mystery,
oktober, 1964.
  The Japanese Card Mystery,
oktober, 1965.
  The New Zealand Bird Mystery,
januari, 1967
  The Philippine Key Mystery,
februari, 1968.
  The Borneo Snapshot Mystery,
januari, 1972.

Martin en King ontdekken trekken de wereld rond en ontdekken er verhalen die te mooi lijken om waar te zijn. Ze vinden dan ook snel hun eigen verklaring. Leuk, zeker als je bekend bent met het concept van Author, Author!Uitgevers Crippen and Landru kondigden in 2015 aan een naamloze bundel met deze verhalen uit te geven.

De auteur-uitgever verscheen zelfs onverhuld in twee detective-verhalen met een MWA-achtergrond:

De eerste Robert Arthur's "The 51st Sealed Room"
(EQMM oktober 1951)  begint op een MWA bijéénkomst in New York, ze is voorzien van een aantal inside-jokes en commentaren die voornamelijk interessant zullen zijn voor collega detectiveschrijvers en komt uiteindelijk ook bij een moord terecht. Eén van de vermelde schrijvers is EQ. Met de vermelding van de jaarlijkse EQMM wedstrijd en een snoevende auteur die bij het bedenken van een nieuw methode voor een gesloten-kamermoord het volgende zegt:"...wanneer Carr en Queen en de anderen boven dit zullen lezen zullen ze zich vast afvragen waarom ze er niet zelf op gekomen zijn..."

Iets substantiëler was de vermelding in het andere verhaal. Brett Halliday is nog zo'n schrijver die de indruk wil wekken dat de MWA meeting onafwendbaar tot moord aanleiding geven. Zijn in 1954 geschreven novelle She woke to Darkness" begint dan ook op het jaarlijkse MWA murder award diner. Verteller Halliday krijgt ernstige problemen nadat hij een meisje ontmoet en ziet zich genoodzaakt de hulp in te roepen van Mike Shayne. Gedurende het bewuste diner vraagt Frederic Dannay aan Halliday om een ander verhaal te schrijven voor de EQMM wedstrijd. Ook Manfred Lee wordt vermeld; hij diende verstek te laten gaan voor het diner omwille van ziekte in de familie. Bepaalde aspecten van dit verhaal vinden we ook terug in de tv-aflevering  "Murder by the Book" van Columbo"

Kaft voor de Engelse vertaling van La Vie mode d'emploi (Life, a User's Manual, 1987) van de moderne Franse auteur Georges Perec .In hoofdstuk 87 van zijn wonderlijke La Vie mode d'emploi uit 1978 (Life, a User's Manual, 1987) beschrijft de moderne Franse auteur Georges Perec de carrière van een kunstcriticus genaamd Charles-Albert Beyssandre door omstandigheden gedwongen zich te verschuilen onder verschillende pennamen; onder de acht die Perec citeert bevinden zich ook "Fred Dannay" en "M.B.Lee". (Maxwell Siegel "The French Author Connection"  Old-Time Detection dec 2009) In vele van zijn andere werken verwijst Perec, direct of indirect, naar Ellery Queen. (Rémi Schulz)

De eerste helft van Tetsuya Ayukawa's, "The Autograph Card of Queen" (1986) is non-fictie. Het is Ayukawa's beschrijving van zijn ontmoeting met Dannay in 1977 in Japan. De tweede helft is fictie. Het verhaal draait rond een gestolen kaart met daarop Dannay's handtekening. (Masatoshi Saito)

In  2002 schreef Taku Ashibe Tragedy of Q aka The Adventure of The Two Man with Black Masks (Q no Higeki - Mata wa Futari no Kurofukumen no Boken, gepubliceerd in Mystery League, Tor Book). Professor Cotswinkel dode lichaam wordt terug gevonden in zijn research laboratorium in de Detroit Public Library. De getuige die de professor laatst heeft gesproken zegt dat de professor toen beweerde Ellery Queen nog te hebben gezien.  Er zijn echter twee "Queens" in de stad. Zowel Lee en Dannay zijn er namelijk om vermomd als Ellery Queen en Barnaby Ross te spreken in een discussiepanel. Uiteindelijk lossen Ellery Queen en Barnaby Ross, voor hun publiek op grootse wijze ook samen de moord op. (Ho-Ling Wong)

In Masatoshi Saito aka Steven Queen 's "Drury" (2012)  geraakt één van de Queen neven betrokken in een auto-ongeval en wordt door Annie gevonden, zij blijkt ook Barnaby Ross's grootste fan (en haat Ellery Queen). Ze vindt tussen haar patiënt bezittingen ook een naamkaartje van Barnaby Ross terug (aldus ontdekt ze dat hij ook Ross is), en ze geeft 'Ross' meteen mee dat ze niet tevreden is met het einde in Drury Lane's Last Case en dwingt hem een ander eind te verzinnen die meer in haar smaak ligt. Een zeer grappig verhaal, omdat het ook perfect de verwarring uitspeelt waarvan de neven ook gebruik maakten toen ze zelf de rol van zowel Ellery Queen en Barnaby Ross opnamen. Het moment waarop Annie echt begint te geloven dat haar patiënt niet Ross maar Queen is, is zowel beangstigend en lachwekkend! De nieuwe verhalen van Drury Lane werken ook op de lachspieren. "Drury"  is op zich ook een zeer effectieve parodie van Stephen King's Misery en bevat  dus wel enkele spoilers voor Drury Lane's Last Case zelf. (Ho-Ling Wong)

Ook Ellery Queen, de uitgever van het detective magazine, bleef
niet gespaard. Hij speelde een bepalende rol in verschillende kortverhalen m.b.t. verhalen die aan het magazine werden aangeboden. Het vroegste voorbeeld hiervan kan misschien worden teruggevonden in Baynard Kendrick's artikel over waargebeurde misdaadverhalen "The Case of the Stuttering Sextant"
(EQMM maart 1947) waar de inleiding werd gebracht door Clayton Rawson in de stijl van
 Dannay, de uitgever compleet met zeer gedetailleerde voetnoten die Kendrick's schrijfstijl in vraag stellen.

Dan
is er ook Rick Rubin's "The Man who hated Editors" (EQMM mei 1960). Het verhaal draait rond een niet zo succesvol schrijver die een ongewoon plan beraamd om met die uitgevers komaf te maken die zijn werk weigerden. Eén van deze uitgevers is deze van "Emory Quinn Mystery Magazine"

Marge Jackson had een ander idee van dezelfde strekking  in "Dear Mr.Queen, editor"
(EQMM april 1963) Zij vertelt over het verhaal dat wordt ingediend door de moeder van 4 kinderen die zowel een reeds gebeurde moord ontrafelt als een toekomstige moord aankondigt. EQ als zeer ongeruste uitgever probeert de tweede moord te voorkomen.

"The Clementine Caper"
(EQMM, november 1956) van Larry Van Benthuysen heeft ook te maken met de uitgave van een verhaal in EQMM. Een doodgewone huisvrouw, Alice, leest in het dagblad een artikel over een pas ontdekt lichaam, dit wordt de basis van haar speculatie rond de moord en lijdt uiteindelijk tot de volgende conversatie met haar man, George:

Alice: George, luister. Clementine werd vermoord, zeg
       ik je en ik kan het bewijzen ook.
George: Moet ik Ellery Queen bellen of kun je de
        boosdoener alleen aan?
Alice: Wat zijn we grappig... Misschien schrijf ik dit
       wel op en stuur het naar EQMM, wordt rijk en
       beroemd en dan kunnen we scheiden.

Alice lost de moord op en krijgt haar publicatie in EQMM maar ...ze scheidt niet van George...

James Holding verwerkte een buitenlandse editie van EQMM in "The Inquisitive Butcher of Nice"
(EQMM, juli 1963) waarin één van de figuren het volgende zegt: "De politie zal kwaad zijn als we ook maar iets beroeren....ze zullen ongetwijfeld zoeken naar vingerafdrukken, sporen, tekenen van een gevecht. Zo wordt het toch altijd gedaan in Ellery Queen's Mystery Magazine dewelke ik maandelijks lees."

Het was Allen Lang die misschien wel het meest praktische nut voor EQMM vond. Zijn "The Trail of the Catfish" (EQMM januari 1962) gaat over een detective Max Holloway wiens job bestaat uit het achterhalen van de die personen die bibliotheekboeken stelen. Tijdens zo'n speurtocht gebruikt hij EQMM letterlijk als wapen.


EQMM June 2004Waarschijnlijk het meest beroemde eerbetoon aan EQMM kwam er in 2004 met David Koepp's film Secret Window met Johnny Depp in de hoofdrol. De film was gebaseerd op de novelle "Secret Window, Secret Garden" (Het geheime raam) van Stephen King, en is terug te vinden in de bundel Four past Midnight (Tweeduister). Ook Timothy Hutton in de film voor.
Nadat hij zijn vrouw betrapt heeft met een ander, zet Morton Rainey zijn ietwat deprimerend leven verder in een huis diep in de bossen, tot er op een dag een vreemdeling voor zijn deur verschijnt. Deze man, John Shooter, beweert dat Rainey het verhaal "Secret Window, Secret Garden" dat in EQMM verscheen, van hem gestolen heeft en wil hiervoor verantwoording. Het verhaal zelf begint waarheid te worden...
Morton Rainey verscheen nooit in EQMM maar dat weerhield EQMM niet om minstens één nummer (juni 2004) aan dit opvallende eerbetoon te wijden.


EQMM liet een
EQ pastiche van de hand van Arthur Vidro publiceren, maar ietwat ongewoon verscheen het alleen online (okt 2011) en niet in hun publicatie. In dit verhaal wordt een exemplaar van een volledige collection van EQMM edities gestolen. Thomas Velie & Johnson verschijnen in dit verhaal maar het detectivewerk wordt gedaan door journalist Mark Wayne Howard (Velie noemt hem ook 'maestro'). Een noodzakelijke ingreep daar Ellery Queen enkel in het verhaal voorkomt als het pseudoniem voor de samenwerking tussen Dannay/Lee.

In de lente van 2013 werd Joe Goodrich's kortverhaal "Dear Mr.Queen" gepubliceerd in de MWA anthologie The Mystery Box, uitgegeven door Brad Meltzer ... Joe maakte van 2012 eerder al een speciaal jaar door zijn samenstelling van Blood Relations: the selected letters of Ellery Queen 1947-1950. Dear Mr.Queen is het verhaal van een 14-jarige jongen uit een klein stadje in Minnesota die detectiveverhalen schrijft en die opstuurt naar EQMM. Hij krijgt een idee voor een nieuw verhaal gebaseerd op gebeurtenissen in zijn buurt--- gebeurtenissen die uiteindelijk uitdraaien op een echte moord, en kort daarop beginnen het verhaal en de werkelijkheid op heel onverwachte wijze door elkaar te lopen.

In 2016 vierde EQMM zijn 75ste verjaardag. Het augustusnummer bevatte "The Ten-Cent Murder" van Joseph Goodrich met niemand minder dan Fred Dannay in de rol van speurder. Joseph Goodrich, acteur, schrijver van kortverhalen, dichter,en als toneelschrijver winnaar van een Edgar Award,  hielp EQMM bij het vieren van  zijn 75ste verjaardag met een verhaal waarin EQMM stichtend redacteur Frederic Dannay en dienst vriend en medeschrijver Dashiell Hammett de hoofdrol vertolken. Origineel gepubliceerd in het augustusnummer van 2016, maar hier is  “The Ten-Cent Murder” te horen als Podcast voorgelezen door de auteur zelf. Om de podcast te horen kun je hier klikken...Het verhaal situeert zich in de vroege jaren vijftig toen Dashiell Hammett nog detective schrijven onderwees aan de Jefferson School of Social Science in Manhattan. Dannay was er een occasionele gast in Hammett's klas. In het verhaal speelt er zich een moord af op school en Dannay wordt gevraagd het op te lossen... Er wordt hem een 'dying clue' voor de voeten geworpen, echt iets naar zijn tand.

Op 31 augustus 2016 bracht EQMM's blog, Something is Going to Happen,Arthur Vidro's heerlijke, “The Mistake on the Cover of EQMM #1”. Ter gelegenheid van de 75ste verjaardag het het magazine bracht EQMM uitgever Janet Hutchings niet alleen het verhaal maar van de 'Uitdaging aan de lezer' werd prompt ook een wedstrijd gemaakt. Alhoewel in het verhaal zelf diverse namen uit het Queen universum worden gebruikt is enkel EQMM een reële referentie. Het verhaal zelf zit boordevol met verborgen verwijzingen, waarvan sommige makkelijk zijn maar anderen je misschien nog kunnen verrassen. Als je ze niet allemaal kon ontdekken, geen nood de blog voorzag ons naast de oplossing ook met "Easter in the Autumn" van Josh Pachter, die de verwijzingen uit de doeken doet.

Steeds meer worden de naam en het werk van Ellery Queen belangrijker en beïnvloedt het anderen. In zoverre dat zijn naam wordt ontleend om als 'nieuwe' figuur op te treden in detectives. Zo is er bijvoorbeeld Margaret Austin's "Introducing Ellery's Mom" (EQMM juli 1962) een voorbeeld van een verhaal uit de jaren 60 waarin figuren naar Ellery Queen genoemd zijn.

Dit was net zo in Josh Pachter's "E.Q.Griffin Earns his Name"
(EQMM december 1968) en "E.Q. Griffen's Second Case" (EQMM mei 1970). Het derde verhaal rond de Griffen familie, "Sam Buried Caesar," (EQMM augustus 1971) focust zich meer op Ellery's broer Nero Wolfe Griffen.
Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van zijn eerste verschijning in het blad zal het november/december 2018 nummer “50,” publiceren een nieuw E.Q. Griffen verhaal waarin Ellery, nu vijftig jaar ouder, terugkijkt op een zaak, met een typische Queenachtige stervensboodschap, die hij een halve eeuw geleden niet kon oplossen.

Richard M.Gordon schreef een slimme mysterie-parodie gebaseerd op Thomas Gray' gedicht genoemd "Ellery in a Country Churchyard"
(EQMM, september 1964)
 
William Brittain schreef "The Man who Read Ellery Queen"
(EQMM december 1965) over Arthur Mindy, een alerte tachtigjarige die in een bejaardentehuis wordt opgenomen onder de voorwaarde dat hij zijn de enige bezitting die hij waardevol acht, zijn complete Queen-collectie, mag meenemen. In het home lost hij een misdaad op a la EQ door gebruik te maken van pure logica en krijgt het ultieme compliment door te worden beloond met de woorden: 'Dank u, Mr.Queen".

"Death of Mallory Queen" van Lawrence Block (1984, Like a Lamb to the Slaughter; maar ook 1999, First Cases 3) is een verhaal rond Chip Harrison en zijn werkgever Leo Haig. De uitgeefster van Mavis Mallory Mystery magazine vraagt Haig om jaar aankomende moord te verhinderen. Haig verzamelt alle verdachten (waarvan één de naam Lotte Benzler draagt), samen met twee agenten in zijn bureel thuis en onthuld wat de lezer alleen maar het raden naar heeft. Leo modelleert zichzelf naar Nero Wolfe en het slachtoffers bijnaam, "De Mallory Queen," is een eerbiedige knik naar een icoon in de industrie.

Click if you think you can help out...!

Referenties
(1) "The Misadventures of Ellery Queen" van Marvin S. Lachman,
     The Queen Canon Bibliophile Vol.1 Nr.4 aug 1969
(2)  "from..... tqcb" van Nils Hardin in Xenophile #14, 1975
(3) "The Misadventures from Ellery Queen" Jon L. Breen
      EQMM
Sep/Okt 2005

 

NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15


 
Inleiding | Plattegrond | Q.B.I. | Liist Verdachten | Wie?  | Q.E.D. | Moord en scene | Nieuw | Auteursrecht
Copyright © MCMXCIX-MMXV   Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden.