NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

WIE-DEED-HET?

Beeld je maar eens in dat je je naam door een ander laat gebruiken om een verhaal te publiceren. Dit moet voor
een schrijver, zeker één met het succes van Ellery Queen toch wat afschrikwekkend zijn geweest. Net zoals een broodschrijver ook een klik dient te maken en misschien wel  mogelijke roem aan zijn neus ziet voorbijgaan.
Het was niet iets waartoe plots werd besloten en het was niet altijd wit-zwart. Reeds in 1950 begonnen ze met de rekrutering en opleiding van een aantal "spookschrijvers" of "broodschrijvers", een concept welke ze al hadden aangewend bij een aantal adaptaties van Queen-films voor de jeugd en de radioverhalen. Op het eind van de jaren 60 kreeg Manfred een aantal hartaanvallen waardoor hij op dieet werd geplaatst. Lee ontwikkelde een aantal klachten waaronder schrijversblok en ze deden beroep op een beproefde methode.

Hun literaire agentschap Scott Meredith wou het lezerspubliek van Queen uit te breiden gezien het langzaam vervagende succes van de formele detectivefictie en naar het bloeiende gebied van de originele misdaadromans zonder detectie. Afhankelijk van de goedkeuring van de neven stemden zij in met de publicatie van een reeks niet-serie originele paperbacks, geschreven door andere Meredith cliënten (veelal verbonden aan Manhunt magazine, een ander project van Scott Meredith) voor een vast bedrag van ongeveer 2000 dollar per boek en gepubliceerd onder de naam Queen, met alle royalties verdeeld tussen Fred en Manny nadat het agentschap zijn commissie had geïnd. Manny, die een groot gezin te onderhouden had en nog steeds last had van writer's block, was voorstander van het idee. Fred was er fel tegen maar vond dat de financiële en creatieve problemen van zijn neef hem weinig keus lieten om mee te gaan aangezien Manny de Queen radioserie had gered toen de dood van Fred's eerste vrouw hem in de onmogelijkheid bracht die functie uit te oefenen. Lee zorgde voor het basisidee en de uitgeschreven manuscripten werden door verschillende gastschrijvers geschreven en terug aan Manny voorgelegd die ze min of meer redigeerde zoals Fred de verhalen redigeerde die hij voor EQMM kocht. Maar Fred weigerde ook maar één van de boeken die volgens deze regeling werden gepubliceerd zelf te lezen en beëindigde de regeling kort na Manny's dood.

De kritieken over het auteurschap en het bijhorende gebrek aan kwaliteit van de uitbestede boeken werd zoveel mogelijk vermeden door hun precieze aandeel te verzwijgen. De reden hiervoor was het mogelijk negatief effect op Lee's gezondheid. Dit werd ook jaren volgehouden en toen dit bij mondjesmaat toch gebeurde ontstond hier ook discussie over het ware auteurschap.

Avram Davidson ((23 april 1923 - 8 mei 1993) is de auteur van 17 verhalen en meer dan 200 kortverhalen. Davidson, geboren in Yonkers, N.Y, schreef fantasie- en sciencefictionverhalen naast Avram Davidson (1923 - 1993)mysteries. Davidson's eerste wijd erkende verhaal verscheen in 1954, hoewel hij reeds jaren aan de slag was. Enkele jaren (1962-1965), stelde hij The Magazine of Fantasy & Science Fiction samen. In 1957 verscheen er een Davidson verhaal in aprilnummer van EQMM, wat misschien de aandacht van Ellery Queen op dhr. Davidson. Wanneer hij ooit werd gevraagd een Ellery Queen boek te ondertekenen, zei hij iets in de trant van "I've never signed one of these before. What the heck" (Bulletin of Bibliography 1996-03).
Davidson won meerdere prijzen waaronder een Edgar en de "World Fantasy Award" voor zijn hele carrière. Hij overleed in Bremerton, Washington.

 

Richard Deming (25 april 1915 - 5 september 1983) Kapitein in het Amerikaans leger, sociaal werker, bediende in het Amerikaanse Rode Kruis, 1976-83;  schreef vele verhalen voor Mod Squad, Dragnet, en andere series. Voor deze werken en zijn werk op het gebied van mysteries was Richard Deming (1915-1983)Deming nog het meest gekend. Hij maakte deel uit van het bestuur van "The Mystery Writers of America" van 1976 tot zijn dood in 1983.  In één interview liet Deming zich uit over zijn contract met de neven: "Ik schreef een aantal boeken waarvan het contract stipuleert dat ik nooit zou onthullen dewelke. Zo schreef ik tien* boeken onder de naam Ellery Queen. In geen enkele van de boeken komt de held zelf voor. Het zijn tien originele verhalen als direct resultaat van een overeenkomst met Manfred B. Lee. Fred Dannay werd in de overeenkomst niet betrokken en ik denk zelf dat hij geen vrede met de boeken zou hebben genomen maar Manfred zijn gang liet gaan om zich zelf met zijn grote passie: EQMM, bezig te houden."

In een brief aan Nevins uit 1972 verklaarde hij: "Ik ben niet erg trots op de Ellery Queen boeken, Manny Lee weigerde absoluut om enige afgeleide rechten op deze boeken te delen, dus werden ze geschreven voor een éénmalig vast bedrag. Omdat ik er kapot van zou zijn geweest als ik voor één ervan filmrechten had kunnen krijgen, heb ik ze opzettelijk maar net acceptabel gemaakt, wat echt moeilijker is dan je beste werk schrijven. Daar komt nog bij dat, hoewel de boeken volledig origineel van mij waren, Lee ze enigszins herschreven heeft... Lee's stijl heeft niet veel indruk op me gemaakt."


Andere pseudoniemen waren: Halsey Clark, Richard Hale Curtis, Richard Deeming, Max Franklin, Ellery Queen, Lee Davis Willoughby, Emily Moor en Nick Morino.

* Death Spins the Platter - Wife or Death - The Copper Frame -
Shoot the SceneLosers, Weepers - Why So Dead? -
 How goes the Murder? -Which way to Die? -
   What's in the Dark - The Black Hearts Murder

 

 

Fletcher Flora (1914-1968) schreef meerdere "sensationele" verhalen gedurende de jaren 40 en 50. Flora begon met schrijven aan het eind van de pulp era, voor magazines als Dime Detective. Vervolgens legde hij zich toe op verhalen voor digests uit de jaren 60 (Pursuit, EQMM, Suspect, enz). Hij schreef samen met Stuart Palmer Hildegarde Withers' Makes the Scene, en als broodschrijver werkte hij een aantal boeken af voor Ellery Queen. Hij schreef zo'n 15 paperback originals onder zijn eigen naam (allen over spanning en lust).Zijn detective-output omvat een zestigtal kortverhalen en zestien boeken. The Hot Shot en Strange Sisters zijn de meest verdienstelijke.

* The Golden Goose - Blow Hot, Blow Cold - The Devil's Cook

 

 

Henry Kane, geboren in 1918, kreeg eigenlijk een opleiding de rechten, auteur van To Die or Not to Die, The Midnight Man, en andere werken is misschien wel de minst bekende van de Ellery Queen "spook"schrijvers. Mogelijks trok, Deadly Finger, een medische thriller, de aandacht van de Queenneven. Pseudoniem: Anthony McCall.

* Kill as Directed

 

Milton Lesser, geboren in 1928, is beter bekend als sciencefiction auteur "Stephen Marlowe", vooral voor The Lighthouse at the End of the World, zijn detectivewerk (bvb., Model For Murder) bracht hem onder de aandacht bij Ellery Queen *. Ook hij begon zijn carrière met het schrijver voor kioskbladeren (pulps, zoals het legendarische Amazing Stories) en ging door om terug te kijken op een lange schrijverscarrière. In 1997 bedacht "The Private Eye Writers of America" hem met hun "lifetime achievement award" ook nog "The Eye"genoemd.

Andere pseudoniemen: Adam Chase, Andrew Frazer, Stephen Marlowe, Jason Ridgway en C.H. Thames

* Dead Man's Tale

 

Talmage Powell  (1920-2000)  Powell startte zijn schrijverscarrière in 1942. Hij als auteur een echte veelschrijver van wel meer dan 200 verhalen voor "pulp fiction magazines" als Black Mask en Dime Mystery en schreef dan ook in praktisch alle genres in alle top magazines. Na de teloorgang van deze tijdschriften, ging Powell door met het schrijven van wel Talmage Powell ca 1950 - click for a covermeer dan 300 kortverhalen voor bladen als Ellery Queen's Mystery Magazine, Alfred Hitchcock, Mike Shayne, Manhunt en Suspense. gedurende de jaren 50 en 60 werden dan ook een aantal succesvolle boeken gepubliceerd. Zijn Ed Rivers serie wordt algemeen erkend als de beste detectiveserie van dat tijdperk. Powell schreef ook een aantal boeken onder de naam Ellery Queen * "De deals werden opgemaakt door het Scott Meredith agentschap en vervolgens aangeboden, in de veronderstelling dat ik zou accepteren. Het was een moeilijke situatie. We konden het een hele tijd goed met elkaar vinden; maar op een dag ontplofte Manny als een aangestoken pakje Chinese voetzoekers. Mijn reactie was om het werk aan het vierde boek (Who Spies Wo Kills, 1966) af te maken en ontslag te nemen, ook al leefde ik mee met Manny's gezondheidstoestand en carrièresituatie die voor hem erg pijnlijk moet zijn geweest. De boekredactie gaf Lee een tik op de vingers, en er werden pogingen ondernomen om mij door te laten gaan, waaronder een aanbod om het voorschot op elk boek met duizend dollar te verhogen. Jack Scovil van het Meredith agentschap belde, ging er blijkbaar van uit dat dat de truc zou zijn, en toen dat niet zo was, werd hij kwaad en maakte een paar pietluttige, gemene opmerkingen, waarop ik hem ophing. Scott zei tegen alle anderen dat ze hun mond moesten houden en accepteerde mijn beslissing op een zakelijke manier, en ik ging verder als klant..." (Powell, 1993)

Verder stelde hij zijn creatieve talenten ook ter beschikking van toneel en televisiewerk. Alhoewel nog steeds werkzaam kan Talmage Powell terugkijken op een lange succesvolle loopbaan waarin hij spannende, intelligente en actievolle verhalen afleverde die zowat elke lezer kunnen boeien. Hij stierf in een ziekenhuis in Asheville, North Carolina op 9 maart 2000, hij werd 79 jaar. 

Andere pseudoniemen: Robert Hart Davis, Robert Henry, Milton T. Lamb, Milton T. Land, Jack McCready, Anne Talmage en Dave Sands.

* Murder with a Past - Beware The Young Stranger -
Where is Bianca?Who Spies Who Kills?

 

Walt Sheldon of Walter J.Sheldon (9 jan 1917 - 9 jun 1996) schreef reeds in 1940 voor pulpbladeren. Hij publiceerde meer dan 30 verhalen voor pulpbladen. Hij was als schrijver voor hedendaagse detectivebladen dan ook bijna een natuurlijke keuze om onder de naam Ellery Queen te gaan schrijven, wat hij echter maar eens deed. Het ziet er naar uit dat hij in de jaren 60 en 70 koos voor de eindeloos reeks spionageboeken: The Blue Kimono Kill (1965), Devil's Box (1968), Gold Bait (1973), The House of Happy Mayhem (1967), The Red Flower Kill (1971), The Rites of Murder (1984) en The Yellow Music Kill (1974). Als Shelly Walters schreef hij The Dunes (1974), en als Shel Walker publiceerde hij The Man I Killed (1952) en Tokyo Escapade (1955).

* Guess who's coming to Kill You?

 

Jack Vance (28 augustus 1916 - 26 mei 2013) John Holbrook Vance verkocht zijn eerste verhaal, "The World Thinker," in 1945. Zijn eerste boek, Vandals of the Void werd in 1953 gepubliceerd. Hij is John Holbrook Vance (1916 -  )beter gekend als sciencefiction en fantasy-schrijver, Jack Vance, waarmee hij ook verschillende prijzen won, ondermeer de "World Fantasy Award for Lifetime Achievement". Waarom schreef hij de boeken? "Omdat Ellery Queen hem de vaste prijs van 3000 dollars per boek gaf. Toen niet echt weinig! In het contract stond evenwel dat ik nooit mocht onthullen de boeken zelf te hebben geschreven. Theoretisch nam ik dus niet zijn naam over. Jack voegde er verder aan toe: "Ze namen hoe dan ook mijn goeie proza en deden het voorkomen alsof ze het zelf hadden geschreven om er zelf voordeel uit te halen".

Vance werd contractueel aan banden werd gelegd voor wat betreft het ondertekenen van de boeken zelf met "Jack Vance" onder het Ellery Queen pseudoniem. Hij tekende eerst dus wel met "Ellery Queen" en de initialen "JV" en uiteindelijk wel met "Jack Vance". Hij weigerde ook de EQ-verhalen op te nemen in een geplande VIE boekenset omdat de verhalen onherkenbaar waren of zoals hij het zelf zegt "te opgesmukt". En omdat de originele manuscripten verloren waren gegaan... leek er geen manier om ze te herstellen en alsnog uit te geven.

Vance werd contractueel aan banden werd gelegd voor wat betreft het ondertekenen van de boeken zelf met "Jack Vance" onder het Ellery Queen pseudoniem. Hij tekende eerst dus wel met "Ellery Queen" en de initialen "JV" en uiteindelijk wel met "Jack Vance".

Vance-specialist Richard Chandler had hierover het volgende te zeggen: "Mijn indruk is dat het auteursrecht het grootste obstakel vormt. Dat is zeker redelijk, gezien het feit dat de Amerikaanse auteurswet dergelijke werken beschermt tot 75 jaar na de dood van de auteur. Het is niet duidelijk wanneer 'Ellery Queen' stierf (Lee stierf in 1971 en Dannay in 1982), maar 75 jaar zijn zeker niet verstreken. Een andere reden lijkt me vals. Er is beweerd dat ze zo slecht zijn dat ze niet een minimumniveau van aanvaarding door het VIE bereiken. Hoewel ze misschien niet de kwaliteit halen van 'The Man in the Cage', de Joe Bain mysteries of 'The Deadly Isles', zijn het niettemin onderhoudende, degelijke mysteries met meer dan af en toe een vleugje Vance." ("The Case of the Missing Vance", Richard Chandler in Cosmopolis N° 37, April 2003)

Om uiteindelijk gedeeltelijk te zijn teruggevonden op de achterkant van andere manuscripten. Een overeenkomst met alle partijen werd gesloten en de drie boeken zouden gaan verschijnen als een speciale EQ-annex. De drie Queen boeken: The Four Johns, A Room to die In en The Madman Theory zullen allen worden weergegeven met hun originele titels: Strange She hasn't Written, Death of a Solitairy Chess Player (1962) en The Man who Walks Behind (1964?).

Pseudoniemen: Peter Held, John Holbrook, Ellery Queen, John van See, Jack Vance en Alan Wade. John Holbrook Vance werd voorbehouden voor de detectives. Jack Van See was de naam voor het book First Star I See Tonight. De bedoeling van het gebruiken van meerdere namen was oorspronkelijk om in verschillende genres te diversifiëren en zo meer boeken te verkopen. Uiteindelijk heeft dit nooit gewerkt daar Vance nooit aan de vraag kon voldoen en het idee eigenlijk onuitvoerbaar was.

* The Four Johns - A Room to die In - The Madman Theory.

 

 

Paul W. Fairman (1916-1977) Auteur van ondermeer I, The Machine en The Golden Ape deze laatste met Milton Lesser.
Hij was een redacteur en schrijver in meerdere genres en publiceerde zowel onder zijn eigen naam als onder pseudoniemen. In 1952, was hij een stichtend redacteur van If, maar werkte uiteindelijk zelf maar aan vier nummers. In 1955, werd hij redacteur bij Amazing Stories and Fantastic. Hij behield die twee posities tot 1958. Nadat hij Ziff-Davis verliet werd hij voor een korte tijd ook de "managing editor" bij EQMM. Zijn sciencefiction kortverhalen "Deadly City" en "The Cosmic Frame" werden verfilmd. Hij schreef de "Man from S.T.U.D." serie van spionage spoofs onder het pseudoniem van F W Paul.
Andere pseudoniemen: Adam Chase, Ivar Jorgensen, Robert Eggert Lee, Paul Lohrman, F.W. Paul, Gerald Vance, Lester del Rey, Clee Garson, E.K. Jarvis en Mallory Storm.

* A Study in Terror

 

 

William Roos, (1911-1987)
Schreef samen met zijn vrouw Audrey Roos (1912-1982) onder de naam Kelley Roos. In hun verhalen spelen de gebeurtenissen zich dan ook beurtelings af bekeken door de ogen van de mannelijke en vrouwelijke personages. Ze schreven ook over een gehuwd team amateur detectives die woonden in Greenwich Village, N.Y. namelijk Jeff Troy en Haila Rodgers.

William Roos werd geboren in Pittsburgh, Pennsylvania, en opgevoed door zijn in Duitsland geboren grootouders. Hij ging naar Allegheny College, maar stapte over naar Carnegie Tech in Pittsburgh om toneel te studeren. Hij begon lichte, komische toneelstukken te schrijven. Audrey Kelley werd geboren in Elizabeth, New Jersey, maar verhuisde in haar tienerjaren naar Pennsylvania. Ze ontmoette William Roos op Carnegie Tech. Ze trouwden in november 1936 en verhuisden naar New York City. Het idee om mysteries te gaan schrijven ontstond bij Audrey na de geboorte van haar dochter Carol. Hun eerste boek, Made Up To Kill, werd in 1940 gepubliceerd door Dodd, Mead met lovende kritieken en kreeg een paperback editie.
William bleef toneelstukken schrijven. Zijn tweede toneelstuk, January Thaw, werd een klassieker op de middelbare school. Hij en Audrey werkten samen aan een mysteriespel, Speaking of Murder, dat een maand liep in New York maar het beter deed in Londen.
De Rooses verhuisden in 1948 naar Connecticut en in de jaren zestig naar Martha's Vineyard.


Andere pseudoniemen: William Rand, Kelley Roos, Clarissa Ross, Dana Ross, Marilyn Ross.

* The Four of Hearts Mystery

 

 

Theodore Sturgeon (26 februari 1918, Staten Island, N.Y.- Eugene, Oregon, 8 mei 1985) Geboren als Edward Hamilton Waldo. In 1927 scheidden zijn ouders en zijn moeder Christine hertrouwd in 1929 met William Sturgeon. Rond deze tijd laat Edward zijn naam wettelijk veranderen in Theodore Hamilton Theodore Sturgeon (1918 - 1985)Sturgeon, omdat hij de koosnaam "Ted" graag hoorde. Werkte aanvankelijk aan TV scripts, gaf lezingen, was leraar, schreef boekbesprekingen en introducties van andermans boeken. Van de 23 boeken die hij schreef in de loop van zijn carrière zijn er maar drie vandaag de dag nog in druk in de Verenigde Staten. Hij gebruikte sciencefiction om ernstige thema's te belichten. Het overgrote deel van zijn fictie wordt gekenmerkt door ironische, verrassende eindes. Sturgeon's bestgekende werk is een boek (eigenlijk drie verwante verhalen) genaamd More than Human, waarmee hij in1954 de internationale Fantasy Award won, het is het verhaal van zeven misfits die zichzelf en de gemeenschap kunnen voorzien door hun extrasensoriële perceptie. Sturgeon stierf op 8 mei 1985, aan de gevolgen van pneumonie.
Pseudoniemen: Frederick R. Ewing, Ellery Queen, E. Waldo Hunter, Billy Watson.

 

 

Gil Brewer (20 nov 1922- 9 jan 1983) Zijn volledige naam was Gilbert John Brewer, geboren in Canandaigua, New York. Hij was de zoon van Gilbert T. Brewer, een in New Jersey geboren pulp schrijver, en zijn vrouw, Ruth. Gilbert T. schreef voornamelijk voor luchtoorlog pulps. De geboorte van een jongere zus van Gilbert in 1927 was, misschien, de inspiratie, en er volgden nog twee broers en zussen (nog een zus en een broer). Ze hadden een vrij armoedige opvoeding, hun vader was verslaafd aan drank en werd later opgenomen in een VA ziekenhuis na een mentale inzinking.
Het was hem blijkbaar niet gemakkelijk gemaakt om een Queen ghost te zijn. "Ik kreeg een brief van Gil," zei zijn vriend Talmage Powell, "waarin hij vroeg hoe ik door vier EQ boeken was gekomen. Gil zei dat hij net een zoveelste herziene schets van 80 pagina's had voltooid."

Soldaat, arbeider in een grootwarenhuis, pompbediende, arbeider in conservenfabriek, boekenverkopen, woonachtig in Florida.
Pseudoniemen: Eric Fitzgerald, Bailey Morgan (Al Mundy series 1951-70).

* The Campus Murders

 

Edward D.Hoch, (22 feb 1930- 17 jan 2008) "Levenslang" detective schrijver en samensteller Edward Dentinger Hoch wordt bijna aanzien als een institutie in dat veld.  Hij publiceerde meer dan achthonderd (!) mysteries. In december 1962 publiceerde hij voor het eerst in EQMM met "Death in the Harbor", #229. Hij publiceerde sindsdien nog wel eens maar sedert in mei 1973 "The Theft of the Circus Poster", werd gepubliceerd (nummer 354), bracht hij er een ononderbroken serie van meer dan 335 originele verhalen die werden gepubliceerd tot mei 1998. Onder zijn werk voor TV behoren scriptwerk voor feuilletons als MacMillan and Wife, Night Gallery, The Alfred Hitchcock Show, en Tales of the Unexpected. Mr. Hoch was ook enige tijd voorzitter van de Mystery Writers of America en is woonachtig in Rochester, New York. Hij schreef ook nog mysteries onder de pseudoniemen Irwin Booth, Anthony Circus, Stephen Dentinger, Pat McMahon, R.E. Porter, Ellery Queen, R.L. Stevens en Mr. X. Hij kreeg in  2001 "The Grand Master Award". 

Gevraagd naar zijn grote voorbeelden antwoordde hij in een 1996 interview als volgt: "...Natuurlijk werd ik grotendeels door Ellery Queen beïnvloed. Het eerste volwassenen boek dat ik ooit las was Queen's The Chinese Orange Mystery.

Toen hij interesse toonde om een EQ roman als ghostwriter te schrijven werd hij benaderd door een agent "Mijn overeenkomst was niet met Dannay/Lee maar met Scott Meredith, hun literair agent in die tijd. Ik mocht niet onthullen dat ik het geschreven had, maar na een paar jaar begon die informatie in druk te verschijnen, in fanpublicaties en in Hubin's Crime Fiction, dus ik vond dat ik niet langer verplicht was om te zwijgen. Fred heeft er nooit bezwaar tegen gehad dat de identiteit van de auteurs bekend werd gemaakt." *


                              * Ons volledig interview met Edward D.Hoch

 

* The Blue Movie Murders



James Holding (James Clark Carlisle, Jr.) (Ben Avon, Pennsylvania 27 april 1907 - Pittsburgh, Pennsylvania 29 maa 1997) Schreef o.m. voor Alfred Hitchcock's, EQMM en Mike Shayne's Mystery Magazines, onder het pseudoniem van Ellery Queen en Clark Carlisle (zijn echte naam) Schreef ook meerdere boeken voor de jeugd. In de jaren zestig nam hij verhalen van Ellery Queen Jr. voor zijn rekening The Mystery of the Merry Magician (1961),  The Mystery of the Vanished Victim (1962) en The Purple Bird Mystery (1966).  Maar de zgn. auteur van deze 3 boeken haalde Lee's toorn op zijn hals toen deze, op zijn beurt, minstens één verhaal "in onderaanneming" uitgaf. Dit maakte het uitzoeken van de rechtmatige auteur niet eenvoudiger. Joseph Lawrence Greene's zoon (1914-1990) beweert dat zijn vader, die ook de Dig Allen serie (1959-1962) bij Golden Press voor zijn rekening nam, ook één van de Golden Press boeken schreef (1961-1962).  We vonden effectief een copyright toegewezen aan Joseph Green voor The Mystery of the Merry Magician alsook één toegewezen voor The Mystery of the Vanishing Victim aan Paul Newman.  Voor The Purple Bird Mystery copyright wordt naast Lee en Dannay ook "David Hodges & others" vermeld. Maar David Hodges was de man verantwoordelijk voor de tekeningen in het boek. Waarschijnlijk is dit laatste boek in de reeks de enige echte bijdrage die Holding aan de Juniorreeks leverde, afgezien van het manuscript voor The Silver Llama Mystery, dat, hoewel Dannay het heeft herzien, nooit werd gepubliceerd.

Voor James Holding (1907-1997) - Foto Laurie HoldingEQMM schreef hij onder meer een serie pastiches die op zich waardige mysteries te noemen zijn. Het betrof een serie waarin King Danforth en Martin Leroy bedenkers van de detective "Leroy King" misdaden ophelderen gedurende hun trip rond de wereld. De titels van deze verhalen verwijzen naar de eerste Queen-werken. Deze avonturen op zee waren stuk voor stuk meesterwerken van deductie en logica die meer dan waarschijnlijk ook de goedkeuring van Dannay kregen aangezien de verhalen ook werden gepubliceerd in Ellery Queen’s Mystery Magazine. 

  "The Norwegian Apple Mystery", #204, november, 1960
  "The African Fish Mystery",  april 1961
  "The Italian Tile Mystery", september, 1961
  "The Hong Kong Jewel Mystery", #240, november, 1963.
  "The Zanzibar Shirt Mystery", #241, december, 1963.
  "The Tahitian Powder Box Mystery", #251, oktober, 1964.
  "The Japanese Card Mystery", #263, oktober, 1965.
  "The New Zealand Bird Mystery", januari, 1967
  "The Philippine Key Mystery", #291, februari, 1968.
  "The Borneo Snapshot Mystery", #338, januari, 1972.

In 2018 verscheen bij Crippen & Landru een verzameling van alle tien deze verhalen samen met een korte biografie van Holding en de meest volledige bibliografie van de kortverhalen van de hand van Holding. In 2018 verscheen bij Crippen & Landru The Zanzibar Shirt Mystery and other stories, een verzameling van alle tien deze verhalen samen met een korte biografie van Holding en de meest volledige bibliografie van de kortverhalen van de hand van Holding. Te koop bij Crippen and Landru.

Holding zou nog meer kortverhalen schrijven om uiteindelijk tot meer dan 100 detectiveverhalen op zijn actief te hebben staan. Naast Leroy King, schreef hij verhalen rond Manuel Andrada, ook gekend als "De Fotograaf" een huurmoordenaar en Hal Johnson, de bibliotheek detective.

Zijn eerste boek:  The Lazy Little Zulu. New York, Morrow, 1962, en Kingswood, World's Work, 1963. - Mr. Moonlight and Omar - 1963 (Morrow) - Cato the Kiwi Bird - 1963 (Putnam) - The Mystery of the False Fingertips - 1964 (Harper) - Sherlock on the Trail - 1964 (Morrow) - Three Wishes of Hu - 1965 (Putnam) - Poko and the Golden Demon - 1968 (Abelard) - The Mystery of Dolphin Inlet - 1968 (MacMillan) - Robber of Featherbed Lane - 1970 (Putnam)- A Bottle of Pop - 1970 (Putnam)

The Zanzibar Shirt and others Stories. Sinds het begin der tijden worden auteurs gevraagd te schrijven over zaken waarin ze thuis zijn. James Holding (1907-1997) nam dit advies dan ook zeer ter harte. Na zijn carrière in de publiciteitswereld begon Holding full-time met schrijven. Eén van de eerste jobs was in "onderaanneming" de verderzetting van de Ellery Queen Jr boekenreeks, die zijn start had genomen in de jaren 40. Fred Dannay en Manfred Lee huurden Holding in om de serie, na een lange afwezigheid, nieuw leven in te blazen.

 * The Purple Bird Mystery

 

 

Charles (West) Runyon (9 juni 1928 Sheridan, MO - 8 juni 2015 Cedar Park, TX) Auteur van verschillende detective en sf-verhalen. Schreef o.a. voor Manhunt magazine.
Power Kill (1972) werd genomineerd voor een Edgar in de categorie van beste originele paperback En het sf-verhaal I, Weapon (1974) werd vertaald als Ik, wapen (Gradivus SF) waar in een postapocalyptisch tijdperk  "kuddemensen" werden gehouden door mensen die taboes hadden tegen seks met de kudde enzovoort....  In 2007 gaf hij nog het volgende antwoord op de vraag "Welke van je verhalen zou je willen herdrukt zien en waarom?"  - "Er zijn er zeker drie die vandaag de dag nog graag gelezen zouden worden. 'The Last Score' werd te snel afgewerkt als een huurwerk voor Manfred Lee en Fred Dannay, en uitgegeven onder de naam Ellery Queen. Ik heb nog een vaderlijke affectie voor het boek en ik zou het graag zien worden heruitgebracht onder de naam van zijn 'rechtmatige' ouder."

Charles woonde in Lampasas, Texas en gaf er les in  Engelse compositie (feb 2013).

* The Last Score - The Killer Touch - Kiss and Kill.

 

 

Don(ald Fiske) Tracy (geb. New Britain, Connecticut 20 aug 1905 - ged. Clearwater Florida, 10 maart 1976). Hij werkte als verslaggever voor lokale kranten in New Britain van 1926-1928, daarna als redacteur van Radio News in New York van 1928-1934. In 1934 werden zijn eerste roman, All Sold!, en zijn tweede roman, Flash, gepubliceerd. Na de Tweede Wereldoorlog gaf hij ook zomercursussen aan de Syracuse University van 1955-1960, en werd hij redelijk bekend met zijn historische romans, zonder de misdaadroman te verlaten. Tegen het einde van zijn leven ontmoette hij de voorzitter van de New Life Foundation, een anti-alcohol bond. Onder het pseudoniem "Roger Fuller" schreef hij romanbewerkingen van de films The Sign Of The Pagan (1954) en de televisieseries The Defenders (1964, 1965), The Fugitive en Peyton Place. Hij stierf in Florida na een gevecht met kanker in 1976.

Andere pseudoniemen: Barnaby Ross, Roger Fuller

* Quintin Chivas - The Scrolls of Lysis - The Duke of Chaos -
Strange Kinship - The Cree from the Minataree - The Passionate Queen

 

 

NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15


 
Inleiding | Plattegrond | Q.B.I. | Liist Verdachten | Wie?  | Q.E.D. | Moord en scene | Nieuw | Auteursrecht
Copyright © MCMXCIX-MMXXII   Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden.